bonsaipotten Bonsai is boom in pot. Uit deze eenvoudige definitie blijkt het belang van de boom, maar evenzeer het belang van de pot. Een prachtige boom in een onaangepaste pot is esthetisch waardeloos, evenzeer is een zwakke boom geplaatst in een prachtige pot al evenzeer troosteloos. Een perfecte harmonie tussen boom en pot is dus een noodzaak. Klassieke regels kunnen helpen. Koniferen worden geplaatst in ongeglazuurde, neutraal gekleurde potten  ( bruin, grijs ). Loofbomen daarentegen komen in een geglazuurde pot met een pasteltint. De kleur van de pot dient te verwijzen naar, te harmoniëren met een deel van de boom. Dit kan zowel de kleur van de stam, de kleur van het blad, de herfstverkleuring, de kleur van een bloeiwijze, enz...zijn. Bloeiers plaatst men meestal in een wat diepere, kleurrijke schaal. Het spreekt voor zich dat hier de kleurenharmonie van het grootste belang is. De kleur van de pot wordt meestal afgestemd op de kleur van de bloei. Men moet er op letten dat de pot niet domineert, niet de aandacht van de boom wegtrekt. De pot moet enkel de schoonheid van de boom ondersteunen. De vorm van de pot is afhankelijk van de vorm van de kroon. Een ronde, volle kroon zal niet mooi passen in een ronde pot. Een rechthoekige pot zal de boom levendiger maken. Een boom in de geleerdenstijl past perfect in een kleine, ronde schaal. Een bezemstijl, een landschap, een groep worden in zeer platte schalen geplaatst. Cascadebomen worden in hoge tot zeer hoge, maar smalle, ranke potten gezet. De hoogte van de pot is afhankelijk van de dikte van de stam, het karakter, het volume van de boom. In elke bonsaipot is er minstens één drainagegat. Deze kunnen ook gebruikt worden als fixatiepunten om de boom in de pot vast te binden. Traditiegetrouw worden de drainagegaten met een stukje muggengaas afgedekt. De kwaliteit en dus ook de waarde van bonsaipotten kan sterk uiteenlopen. Niet alleen de grootte maar ook de vorstgevoeligheid, de kleurenrijkdom, de originaliteit, enz... spelen een rol. Industriëel vervaardigde massaprodukten zijn goedkoop, dragen geen stempel. Handgevormde potten dragen op de onderzijde een stempel van de pottenbakkerij. Deze stempel is een vorm van kwaliteitsgarantie. Ook europese pottenbakkers trachten zich heden te meten met de japanse meesters, vaak met boeiende resultaten. Bonsaipotten kan men levendiger maken door ze in te wrijven met amandelolie of bladglans. Bemesten Bemesting is nog zo een stokpaardje van de ware bonsaïfanaat. Het bemestingsseizoen wordt begonnen en afgesloten met een lichte bemesting zonder  stikstof  (N. P. K.  O - 9  - 9 ). Start :   eind februari tot eind maart Einde:   eind augustus tot eind september In deze perioden geeft men enkele giften. Bonsai die verpot zijn, krijgen de eerste maand na het verpotten  GEEN meststof. Tijdens de periode april tot augustus wordt gezorgd voor een goede bemesting.  U hebt de keuze : 1. Een eenvoudige en goede oplossing voor startplaten, pre-bonsai is Osmocote. Dit zijn korrels die gemengd worden tussen de grond en daar, afhankelijk van de warmte, hun anorganische stoffen afgeven.  Er zijn korrels beschikbaar met verschillende werkzaamheidsduur. Deze van zes maand zijn te verkiezen. Korrels met een langere werkzaamheidsduur hebben het nadeel dat ze, bij een warme late herfst, de groei van de bonsaiï blijven stimuleren en het afharden van de bomen verhinderen tegen de winter. 2. U kan ook wekelijks aangieten met een anorganische meststof, geschikt voor bonsai.( NPK 6-6-6 ) Beter is wekelijks een lichte dosis te geven dan bijvoorbeeld maandelijks een sterke dosis. 3. Het merendeel der  bonsailiefhebbers dweept met organische bemesting. De plant is beter af met de natuurlijke meststoffen. De boom moet actief in zijn  eigen voedingsproces tussenbeide komen. De wortels moeten instaan voor de afbraak en opname van de organische mest. Verbranding van de bonsai met dergelijke bemesting is ook niet mogelijk. Deze meststof wordt in droge brokjes aangeboden. Eén gift volstaat voor 40 dagen. Eén nadeel : men moet de koekjes wel afschermen voor de vogels. Ze zijn verzot op de wormpjes die in de mestblokjes verschijnen. Binnenbonsaï krijgen het ganse jaar door een regelmatige, lichte, anorganische meststof toegediend. Tijdens de zomermaanden krijgen ze regelmatig een extra bemestingsbeurt, in de winter wordt de bemesting al eens overgeslagen. Avondateljee rond satsuki azalea: een beknopte samenvatting Satsuki: sa is vijf, tsuki is maand, satsukis bloeien dus in mei. Veel eigenschappen voor bonsai, bladhoudend, klein blad, mooie bloei, goed reagerend op snoei, alle stijlen mogelijk, mooie herfstkleur, enz...; Nadelen; moeilijk te bedraden, bloeiwijze niet echt zeker. Grondmengsels: Jonge planten en pre-bonsai: 75 % turf, 25 % bims, geen kanuma Afgewerkte bonsai; Helft kanuma, helft spaghnum Of: helft kanuma , helft akadama en bims Of helft turf, helft bims en lava Zwakke planten: helft spaghnum, helft houtvezel ( uit dierenwinkel) Water: regenwater Meststof: organisch, herfst: wintermeststof Winterbescherming: hoe ouder de plant , hoe sterker. Jonge planten beschermen; Vrij goede resultaten als “ binnenbonsai “ Tweemaal snoeien per groeiseizoen, éénmaal lichte snoei voor de bloei om overtollig groen weg te nemen zodat bloei zichtbaar is. Eénmaal na de bloei; Nieuwe scheuten herleiden tot max. twee, elke scheut terugsnijden tot twee blaadjes. Bloeimknoppen worden best ook uitgedund, één bloem per takje, één derde minstens verwijderen, achterzijde van de plant tot tweederde. Dit maakt de bloei mooier, luchtiger en is beter voor de plant. Sterke, stugge scheuten zeker verwijderen, zijn goed voor stek. Wel gebruiken als nieuwe tak nodig is, zijn groeikrachtiger. Bedraden: geen zware draad gebruiken, beter twee lichtere. Vormgeving geleidelijk verrichten met tussenpauzes van één week. Raffia is nuttig. Na bedraden minder water geven; Verpotten na bloei. Avondateljee rond wisteria een beknopte samenvatting Wisteria’s zijn van nature schitterende bloeiers. De trosvormige,geurende vlinderbloemen    bloeien   overvloedig in mei / juni.   Of de bloei al dan niet overvloedig is, hangt af van     verschillende, belangrijke  factoren.   1. Wisteria’s hebben veel meststof nodig. Een meststof met een zeer laag stikstofgehalte ( de N- waarde in de N.P.K. -formule ) is echter aangewezen; Bij bemesting met stikstof zal men wel een overvloedige bladgroei krijgen, maar deze gaat ten koste van de bloei.  Meststof wordt overvloedig gegeven direct bij het eerste teken van leven in de lente tot aan de bloei. Meststof geven na de bloei zal gebruikt worden voor de bladgroei en zal ten koste zijn van de bloemzetting voor volgend jaar.  2. Water geven moet rijkelijk gebeuren. De Wisteria heeft een grote waterbehoefte. Men zet hem dan ook best tot de bloei in een teil water. Een extra voordeel is dat de eindpunten van de wortels gaan inrotten door deze behandeling, wat, hoe eigenaardig ook,  een gunstig effekt heeft op de bloei !   3. Een juiste snoei is eveneens zeer belangrijk. Een Wisteria is een klimplant, die we, door de snoei het klimmen afleren. De plant maakt zeer lange slierten groen.          Dit laat men enkel gebeuren wanneer men een zware gesteltak nodig heeft op de plaats. De andere ranken gaan we steeds kort ( 2 knopen ) terugsnoeien en  werken met de korte zijtakken. Indien die nog een zekere lengte hebben, kunnen deze op hun beurt teruggesnoeid worden. Enkel korte zijtakjes blijven behouden. Voor de   bloei mag U nooit in overjaars hout snoeien, want dit is ten koste van de bloemen !         Bij een goede snoei zal de plant, na enkele jaren, trager en gedronger groeien. 4. Om een goede knopzetting mogelijk te maken dient U te zorgen voor veel licht en lucht binnenin de plant. De weelderige groei aan de buitenzijde kan binnen in de plant  een arme groei veroorzaken. Gedeeltelijke bladsnoei kan hierbij helpen zodanig dat veel licht en lucht de plant kan binnendringen. 5. Een zonnige standplaats is primordiaal. 6. Een wat grotere cascade of semi-cascade is een ideale stijlvorm. 7. De bonsaïgrond moet van een zeer goede kwaliteit zijn en vooral sterk doorlatend. Meng extra argexkorrel tussen de bonsaïgrond. Verpotten doet U best in de zeer vroege lente   en niet na de bloei ( de plant is dan  uitgeput door de bloei ). Na het verpotten dient U wel een drietal weken te wachten met de eerste mestgift. 8. Veel succes bij de kweek, het lijkt misschien allemaal wat omslachtig, maar geloof me, het valt best mee en de bloei vormt een SCHITTERENDE beloning. En nog wat extra... Naast   de   maandkalender   willen   we   hier   eveneens   een   verzameling   tips   en   truks   brengen,   “   uit   het   bonsaileven gegrepen”. We vragen ook U uw medewerkingom deze rubriek aan te vullen met uw eigen ervaringen. Stuur ze ons via mail, we zetten ze dan zo snel mogelijk on line. Met dank vanwege iedereen die regelmatig onze website bezoekt.  Ons emailadres: info@bonsaiateljee.be En hier zijn dan onze eerste tips: Vogels, vooral merels, kunnen vaak lelijk huishouden in mos, accenplantjes en shohinpotjes. Enkele druppels tabasco op de oppervlakte verhelpt het probleem en is onschadelijk voor plant en dier. Perenroest is een gevaarlijke schimmelziekte die jeneverbessen en daarna ook fruitbomen besmet. Typisch is de zwamachtige woekering op een tak die ook in een later stadium de tak zal verdikken. De   ziekte   is   met   succes   te   bestrijden      door   ‘   Daktarin’,   een   schimmelwerend   produkt   uit   de   verpleging   en   eenvoudig vrij   te   koop   bij   uw   apotheek.   Met   de   spuitbus   dient   u   het   actief   poeder   overvloedig   op   het   aangetast   gedeelte   te brengen. Na   een   verpotting,   het   uitgraven   van   een   yamadori,   na   het   plaatsen   van   een   marcot   is   een   goede   wortelstimulator wel op zijn plaats. Drie mogelijkheden: 1.   superthrive,   een   amerikaanse   cocktail   van   een   50-tal   elementen   die   zeer   goed   zijn   taak   doet.   De   klassieker, reeds 40 jaar. 2. vitamine B1, te koop in poedervorm, wateroplosbaar, te koop bij de apotheker. De plant wordt hiermee begoten. Aardappelen   zijn   een   goede   bron   van   vitamine   B            .   Probeer   eens   te   stekken   in   aardappelen   ,   ingegraven   in   de grond ! 3.   wilgenthee:   een   wilg   bevat   een   natuurlijk   groeihormoon,   vandaar   zijn   formidabel   stekvermogen.   Thee   kan   dit groeihormoon   vrijmaken   en   hem,   via   begieten,   ook   bij   andere   planten   gebruiken.   De   thee   maak   je   door   een hoeveelheid stukjes wilgentak enkele dagen te laten trekken in koud water. Een japanse koperen gieter met de unieke, fijne broes staat bovenaan het verlanglijstje van velen. Spijtig genoeg is de aankoopprijs zeer hoog. Een   goed   alternatief   zijn   de   kunstof   gieters   waarbij   men   de   broes   extra   verfijnd   door   een   naald   op   te   warmen   boven een vlam en daarmee extra fijne gaatjes te smelten in de broes; Het resultaat is verrassend goed. Vermolmd    dood    hout    kan    je    renoveren,    verharden    door    houtverharder,    een    produkt    uit    de    wereld    van    de meubelrestauratie. Een alternatief is velponlijm in een oplossing van aceton of waterbetendige houtlijm. Bonsaiateljee                                Sint-Onolfsdijk, 71 C,  B 9200 - Dendermonde Tel : 0032 (0)52 20 16 78                                             Fax: 0032 (0)52 20 16 78                                       email:  info@bonsaiateljee.be                                  H.R.: Dendermonde nr.56050  btw : 763 234 008 Bank: 780 5717916 70    IBAN: BE60-7805-7179-1670   Bic: BACBBEBB OPEN: elke dinsdag tot zaterdag van 9uur tot 18 uur, .
tips en truks